Koereigers in eigen dorp
Wie door de Alblasserwaard fietst en over de weilanden uitkijkt, verwacht daar misschien blauwe reigers, ooievaars en grote zilverreigers. Maar steeds vaker is er een veel kleiner, wit reigertje tussen het vee te vinden: de koereiger (Bubulcus ibis).
De soort is in Nederland bezig aan een opvallende opmars. Wat ooit een bijzondere dwaalgast was, ontwikkelt zich steeds meer tot een vaste verschijning, ook in het laaggelegen rivierengebied rond de Alblasserwaard.
De naam zegt eigenlijk al veel. Koereigers zijn gespecialiseerd in het volgen van grote grazers. Terwijl koeien, paarden of schapen door het gras lopen, jagen ze insecten en andere kleine dieren op. Een koereiger hoeft vervolgens alleen maar achter het vee aan te lopen en de opspringende sprinkhaan, kever of andere prooi uit de lucht of het gras te pikken. Daarmee verschilt hij behoorlijk van de klassieke reiger die roerloos langs een sloot staat te wachten op een vis.
De koereiger is bovendien veel minder afhankelijk van water dan de meeste andere reigers. Een sappig weiland met grazend vee kan voor hem interessanter zijn dan een slootkant. Hij loopt er vaak bijna letterlijk tussen de koeienpoten door. Soms gaat hij zelfs op de rug van een koe of schaap zitten.
Het verhaal van de koereiger in Nederland is eigenlijk behoorlijk bijzonder. De soort is van oorsprong afkomstig uit Afrika en delen van Azië, maar heeft zich in de afgelopen eeuw enorm uitgebreid. Hij heeft inmiddels grote delen van de wereld gekoloniseerd. Ook in Europa schoof het verspreidingsgebied steeds verder naar het noorden. De groei van populaties in onder meer Frankrijk heeft daarbij een belangrijke rol gespeeld. Het warmere klimaat kan de noordwaartse uitbreiding bovendien in de hand werken. Nederland was lange tijd vooral een land waar af en toe een verdwaalde koereiger opdook. Er waren al broedgevallen in 1998 en 2006, maar die mislukten. Het eerste succesvolle Nederlandse broedgeval vond uiteindelijk plaats in 2021, in De Wieden.
Voor vogelaars in de Alblasserwaard is de koereiger overigens geen compleet nieuw verschijnsel. Er zijn historische waarnemingen uit de streek. Zo werd in juni 1981 een koereiger ontdekt bij Den Donk in de Alblasserwaard. De vogel werd vervolgens ook bij Oud-Alblas gezien. Een regionale natuurwebsite vermeldt bovendien dat de koereiger in de Alblasserwaard bijna jaarlijks wordt gezien. Dat is interessant, want de Alblasserwaard lijkt op het eerste gezicht misschien vooral een gebied voor weidevogels. Maar juist het karakter van het landschap; uitgestrekte graslanden, sloten, natte polders en veel grazend vee, maakt het een aantrekkelijk gebied voor een vogel die graag met grazers optrekt. Je zou kunnen zeggen dat de koereiger hier precies de omstandigheden aantreft waarvoor hij gemaakt is.
Vanaf de nazomer verandert het leven van de koereiger. De broedtijd is voorbij en de vogels zijn minder gebonden aan hun broedkolonie. Ze gaan rondzwerven en kunnen daarbij op onverwachte plekken verschijnen. In Nederland worden in het najaar regelmatig grotere groepen gezien. Voor de Alblasserwaard is dat een interessante periode. De uitgestrekte weilanden bieden koereigers volop mogelijkheden om voedsel te zoeken. Ze trekken graag op met koeien en paarden, maar kunnen ook zelfstandig foerageren. Vooral op plekken waar vee graast, kan een groepje witte vogels tussen de dieren opvallend aanwezig zijn.