Ecologisch baggeren

Een zoektocht naar de beste werkwijze

Sinds 2025 ben ik werkzaam als ecologisch veldmedewerker. In die tijd heb ik veel kennis en ervaring opgedaan over sloten waarin vissen, kikkers en andere watergebonden dieren leven. In het najaar van 2026 kreeg ik regelmatig de opdracht om kikkers, padden en vissen af te vangen binnen een projectgebied.

Het afvangen zelf vond ik leuk om te doen, maar het was ook intensief werk. Met schepnetten gingen we de sloten langs om zoveel mogelijk kikkers en vissen veilig uit het werkgebied te halen. Na het afvangen volgde een nieuwe opdracht: de sloten in het gebied moesten worden gebaggerd. Ik kreeg de taak om dit werk ecologisch te begeleiden.

Ik was vooral benieuwd naar wat we tijdens het baggeren daadwerkelijk zouden tegenkomen en hoeveel invloed onze werkwijze daarop zou hebben. Een sloot is namelijk veel meer dan alleen een plons water. Onder het water bevindt zich vaak een flinke laag bagger en langs de slootkant staat, wanneer deze niet gemaaid is, vaak een dichte vegetatie. In al deze verschillende onderdelen van een sloot leven dieren. Iedere laag vormt als het ware zijn eigen leefgebied.

Hoewel ik nog nooit eerder als werkbegeleider bij een baggerproject had gewerkt, had ik vanuit mijn eerdere werkzaamheden wel ideeën over hoe je zo'n klus zou kunnen aanpakken. Toch is het altijd weer afwachten wat de machinist van de baggerkraan kan en in hoeverre de meeste ideale werkwijze te bewerkstelligen is.

De eerste baggerrondes

Bij de eerste ronde had de machinist, nog voordat ik aanwezig was, zelf al de oevervegetatie tegen de kanten aangedrukt. Zo kon hij zich voornamelijk focussen op de bagger en bleef de sloot goed zichtbaar. Op mijn verzoek werd de bagger zoveel mogelijk verspreid over de kant gelegd, zodat ik goed zicht had op alles wat tussen de bagger naar boven zou komen. De machinist nam bij sommige scheppen nog weleens wat vegetatie mee. Dit was echter zo weinig dat ik er nauwelijks last van had. Af en toe dook er een muisje op, dat zijn smerige kopje uit de blubber stak of snel rennend een droog plekje probeerde te bereiken. De eerste ronde verliep erg vlotjes. Ook vonden we de eerste vissen!

Bij de volgende rondes nam de machinist niet de moeite om vooraf alle oevervegetatie aan te drukken. Dit deed hij tijdens het baggeren, alleen aan de overzijde van het water. Aan de slootkant waar wij zelf stonden, werd de vegetatie deels op de kant gelegd en deels tegen de kant aangedrukt. Ook de bagger werd weer verspreid over de kant neergelegd. Deze rondes verliepen eveneens soepel, met redelijk veel vis en kikkers. Tijdens deze werkwijze vond ik zelfs een grote modderkruiper! De blubberlaag werd soms wat te dik op de kant gelegd. Dit kwam deels door ruimtegebrek en deels door de grote hoeveelheid bagger die in sommige sloten aanwezig was. Ook hier kwamen af en toe muizen langs. Zo vonden we zelfs een nestje dwergmuisjes dat zich in de vegetatie ophield. Dat is, zeker met de muizenplaag die in dit gebied heerste, niet heel gek om te zien.

De laatste, en daarmee vierde, ronde van de eerste dag met deze machinist verliep het best. Tijdens het baggeren drukte de machinist aan beide kanten van de sloot de vegetatie plat en begon daarna pas met het baggeren van de sloot. Bij deze sloot hadden we veel ruimte en kon de bagger goed uitgespreid worden neergelegd. De machinist probeerde de bagger ook zo vloeibaar mogelijk neer te leggen. Hierdoor werden de visjes en kikkers tussen de bagger veel beter zichtbaar. Deze sloot deed het qua vissen en kikkers erg goed. Ook de muizen die zich in dit perceel ophielden, hadden voldoende mogelijkheden om te ontsnappen en werden, wanneer dat nodig was, een handje geholpen.

De twee rondes, op een volgende werkdag, werkte ik met een andere machinist. Deze had een ander idee van baggeren en deed naar mijn idee veel te veel voor wat nodig was. De sloot werd bijna twee keer zo breed, doordat deze machinist ook een deel van de slootkant meeschepte en op de kant legde. Vervolgens werden er meerdere scheppen op dezelfde plek uitgevoerd, waardoor de sloot ook veel dieper werd. De 'bagger' die uit deze sloten kwam, was veel te stevig en werd niet verspreid neergelegd. Hierdoor werd de baggerlaag op de kant soms wel 60 centimeter dik. Dat maakte het voor mij erg lastig om dieren uit de bagger te halen en goed te kunnen controleren wat er allemaal tussen zat. Ook de vegetatie werd niet platgelegd. Deze werd gewoon in dezelfde hap als de slootkant en de bagger meegenomen en vervolgens op dezelfde stapel gelegd. Tijdens deze rondes vond ik nauwelijks waterleven en zag ik ook nauwelijks muizen.

De werkdag daarna werkte ik weer met de eerste machinist. De eerste ronde merkte ik direct weer verschil, in de werkwijze én in de resultaten. Ook hier werd de vegetatie eerst tegen de slootkant gedrukt. Daarna werd alleen de minimaal benodigde hoeveelheid bagger uit de sloot gehaald. Door de bak niet te diep door het water te halen, lukte dit eigenlijk perfect. Af en toe kwam er nog een schep vegetatie op de kant terecht, maar deze werd op een andere plek neergelegd dan de pure bagger en het water. De eerste schep bestond vaak voor een deel uit vegetatie en bagger. De volgende schep bestond voornamelijk uit bagger en de laatste schep was vaak vooral bedoeld als controle om te kijken of er nog bagger aanwezig was. Er werd steeds zo min mogelijk bagger uit de sloot gehaald en deze werd vervolgens netjes verspreid neergelegd achter de kraan. Hierdoor bleef de laag dun en overzichtelijk en kon ik veel beter zien wat er tussen de bagger terechtkwam.

De tweede ronde verliep nagenoeg hetzelfde. Het enige verschil was dat de machinist deze keer alle vegetatie tijdens het baggeren tegen beide kanten van de sloot aandrukte. Er werd daardoor geen of nauwelijks vegetatie mee naar de kant geschept. Er kwam vooral bagger en water uit de sloot. Dit werkte ideaal. Tijdens deze ronde werd er bovendien abnormaal veel waterleven uit de sloot gehaald. In totaal zullen het ongeveer honderd kikkers en honderd vissen zijn geweest. Dat was voor mij een duidelijk signaal dat de manier waarop de machinist werkte veel invloed kon hebben op wat er tijdens het baggeren met het waterleven gebeurde.

De uiteindelijke werkwijze

Na meerdere rondes ontstond langzaam een werkwijze waarbij we niet alleen keken naar het verwijderen van de bagger, maar vooral ook naar wat er tijdens het baggeren met de dieren gebeurde. Uiteindelijk kwamen we uit op een werkwijze die voor zowel de machinist als de ecoloog goed werkte.

Enkele woorden vooraf:

De machinist hoeft geen ecologisch expert te zijn. Het belangrijkste is dat hij of zij goed met de kraan overweg kan, openstaat voor feedback en de afgesproken werkwijze kan volgen. Oplettendheid is daarbij misschien wel het belangrijkste.

Ook de ecoloog heeft niet veel nodig. Twee emmers met schoon water zijn ideaal: één om vissen en kikkers van de bagger te ontdoen en één om de gevangen dieren tijdelijk in te bewaren. Een vieze muis kan eventueel kort worden afgespoeld. Daarna kan hij op een droge plek in het zonnetje opdrogen. Een schepnet is handig voor grotere dieren, zoals een grote modderkruiper, die lastig met de hand te pakken is. Laarzen en handschoenen zijn prettig, maar vies worden hoort er nu eenmaal bij.

Daarnaast betrof dit overwegend veensloten, sloten op klei- of zandbodem kunnen weer anders zijn en minder goed aansluiten op deze exacte methode.


1. Voorbereiden

Het liefst wordt de vegetatie vooraf aan beide kanten van de sloot platgedrukt. Hierdoor komt er tijdens het baggeren zo min mogelijk vegetatie mee naar de kant. Voor de machinist is de sloot beter zichtbaar en voor de ecoloog blijft de aandacht vooral bij het waterleven in de bagger. Ook kan gekozen worden voor de methode waarbij de machinist in de scheppende beweging van het baggeren de vegetatie tegen beide slootkanten drukt.

Nog beter is het wanneer de vegetatie al vóór het afvangen met de schepnetten is gemaaid. Dat maakt de sloot een stuk overzichtelijker en het werken voor iedereen makkelijker.

2. De eerste schep

Wanneer de vegetatie platligt, begint het echte werk. De machinist haalt een relatief ondiepe schep door het water. De bak wordt zo ver mogelijk geopend gehouden en pas vlak voor de kant gesloten. Op die manier komt er voornamelijk water, bagger en waterleven mee, maar zo weinig mogelijk vegetatie. Het water is hierbij belangrijk: hierdoor blijft de bagger vloeibaar en kunnen vissen en kikkers makkelijker uit de bagger komen of worden de dieren sneller zichtbaar.

De eerste schep is overigens een beetje als de eerste pannenkoek: meestal niet helemaal perfect. Er kan nog wat vegetatie meekomen of bijvoorbeeld een stuk grond van een dammetje dat door de sloot loopt. Dat is niet erg. De volgende scheppen worden vaak al een stuk beter.

3. De bagger op de kant

De volle bak wordt in een vloeiende beweging geleegd, van de kraan af. De bagger wordt zo verspreid mogelijk neergelegd, liever niet dikker dan 20 centimeter. Een dunne, vloeibare laag is ideaal, omdat de ecoloog dan goed kan zien wat er tussen de bagger zit. De ecoloog loopt achter de kraan aan en controleert iedere schep. Daarbij begint de oplettendheid al voordat de volle bak boven de kant hangt. Je moet weten wat er gaat komen en klaarstaan voordat de bak wordt geleegd. Let vooral op kleine, schokkende bewegingen. Die kunnen wijzen op een vis die tussen de bagger ligt. Tegelijkertijd moet je oppassen dat je je niet laat foppen door lucht die uit de blubber ontsnapt. Dat kan soms opvallend veel lijken op de beweging van een vis. Kikkers zijn vaak wat makkelijker te herkennen. Die springen soms direct weg of duiken juist de natte delen van de bagger in om dekking te zoeken.

Dit proces gaat door totdat de machinist een bak leegt waar nauwelijks of geen bagger meer in zit. Dan is de sloot op die plek voldoende gebaggerd en rijdt de kraan één à twee meter verder. Vervolgens begint alles opnieuw. 


Voor interesse in de bijbehorende video, hoor ik graag van u:

Vegetatie platdrukken of elders plaatsen als het toch in de bak is beland:

Eerste hap met bagger, mooi verspreid geleegd. Daarna volgende schep:

Gelijk weer opletten! Kikker uit de bagger gehaald en in de emmer:

Na verloop van tijd gaat de slootkant er als volgt uit zien:


4. Controleren 

Als ecoloog kijk je niet alleen naar de schep die net voor je ligt. Loop ook regelmatig een paar meter terug en kijk nog eens goed door de bagger. Een vis of kikker kan pas later aan de oppervlakte komen. Soms is het daarom nodig om heen en weer te lopen of zelfs door de bagger te stappen om alles goed te controleren.

Vaak zat zul je, helaas ook, de Amerikaanse rivierkreeft tegenkomen. Deze soort hoort hier niet en richt veel schade aan. Deze kun je laten zitten. Dood maken heeft ook geen zin, je word er ook niet vrolijker van en het kost extra tijd. Toch zul je ze, zeker als je achterom kijkt, vaak tegen komen. Als ze er zitten en je ziet ze gelijk in de bagger betekend dit vaak dat je goed baggert. 

5. Vissen en kikkers verzamelen

Vissen en kikkers die tussen de bagger terechtkomen, maak je eerst voorzichtig schoon in de eerste emmer. Daarna kunnen ze in de tweede emmer met schoon water worden bewaard. Je hoeft daarbij niet bang te zijn om ze stevig vast te pakken. Het belangrijkste is dat je ze goed en gecontroleerd vasthoudt, zodat ze niet opnieuw in de bagger terechtkomen of ontsnappen voordat ze veilig kunnen worden weggezet. Als je kikkers hebt gevangen kan het helpen om een net of deksel op de emmer te leggen, ze willen nog weleens uit een volle open emmer ontsnappen...

6. En de muizen?

Muizen zijn een ander verhaal. Vaak weten ze zelf prima een droog plekje of hun weg door de vegetatie te vinden. Komt er echter een hele familie boven, dan is het verstandig om de machinist met een handgebaar duidelijk te maken dat de volgende ladingen niet op die plek gelost kunnen worden. Je kunt er ook simpelweg even bij blijven staan totdat de muizen een veilige plek hebben gevonden.

Een muis die helemaal onder de bagger zit en blijft zitten, kun je voorzichtig bij het nekvel pakken en kort afspoelen in de emmer met water. Daarna zet je hem op een droge plek, bij voorkeur in het zonnetje, zodat hij kan opdrogen.


Voor sommige muizen komt hulp net te laat of nog precies op tijd. Deze muis zat helemaal onder de bagger en had waarschijnlijk ook water binnen gekregen. Met licht drukken op de borst en voorzichtig afspoelen met water kwam het leven in het beestje terug en kon het rennend teruggezet worden in het hoge gras.

Wanneer je vegetatie wel uit de sloten op de kant legt kan het wel eens gebeuren dat er dwergmuisjes uit komen. Soms zelfs een nestje met jonkies; voorzichtig oppakken en op een zonnige beschutte plek terug zetten!


Baggeren als een dans:

De machinist voert met de kraan steeds een nieuwe hoeveelheid bagger aan. Op het moment dat de bak op de kant wordt geleegd, begint mijn werk. Voordat de volgende lading komt, moet ik de vorige schep gecontroleerd hebben en de dieren die tussen de blubber zitten eruit hebben gehaald. Tegelijkertijd moet de machinist goed opletten waar ik sta. De giek met de bak draait rond en kan gevaarlijk terecht komen. Het is daarom belangrijk dat de machinist mij niet raakt en voldoende ruimte houdt om veilig te kunnen werken. Tegelijkertijd kan ik door te blijven staan en te gebaren aangeven waar ik de schep wil hebben, of juist niet. Beide kunnen en moeten daarbij rekening houden met elkaar. Soms kan de machinist wat langzamer werken, zodat ik voldoende tijd heb om de bagger te controleren. Op andere momenten kan ik juist wat sneller werken om de machinist niet onnodig te laten wachten. Soms moet ik ruimte maken voor de kraan, terwijl de machinist er ook voor kan kiezen om de kraan anders te draaien en de bagger op een andere plek neer te leggen. Zo ben je eigenlijk voortdurend op elkaar aan het letten en om elkaar heen aan het werken.


6. Resultaat

Tijdens de laatste ronde werd de beste methode toegepast. De sloot die we aan het baggeren waren werkte fijn en in de sloot zal meer leven gezeten hebben dan eerdere sloten. Toch was het opmerkelijk hoeveel we konden vinden. Het uiteindelijke aantal kikkers schat ik op ongeveer 80 en het aantal vissen zal de 100 gepasseerd zijn. Met zeker 3 zeelten, een snoekbaars en minstens 40 bittervoorn was dit een zeer geslaagde sloot! Hieronder een fractie van de gevangen vissen.

7. Waarom werkt deze methode?

Het doel van deze methode is simpel: zoveel mogelijk dieren een kans geven om te overleven. Dat betekent niet alleen vissen en kikkers actief redden, maar ook dieren zoals muizen en mollen de mogelijkheid geven om zelf te ontsnappen.

Daarbij zijn drie dingen belangrijk:

  1. Ten eerste proberen we zoveel mogelijk dieren uit de sloot te halen, daarna uit de bagger redden.
  2. Ten tweede zorgt vloeibare bagger ervoor dat dieren beter kunnen bewegen, daardoor zichtbaar zijn en sneller gered kunnen worden.
  3. Ten derde blijft bij een dunne, vloeibare laag ruimte over voor dieren (zoals muizen en mollen) die onder de blubber terechtkomen om zelf naar boven te komen.

Zo gaat het dus niet alleen om het redden van dieren die we zien, maar ook om omstandigheden creëren waarin dieren zichzelf kunnen redden.

8. Wat komen we tegen?

Tijdens het baggeren kwam ik allerlei dieren tegen. De poelkikker en de grote modderkruiper waren daarbij bijzondere vondsten, omdat dit doelsoorten waren waar we specifiek naar op zoek waren.

Daarnaast ving ik verschillende andere vissen, zoals de kleine modderkruiper, kolblei, blankvoorn, rietvoorn, ruisvoorn, snoekbaars, bittervoorn, tiendoornige en driedoornige stekelbaars, zeelt, giebel, vetje, marmergrondel en karper.

Af en toe kwam er ook een muis uit de bagger tevoorschijn. Zo zag ik onder andere een dwergmuis, veldmuis, rosse woelmuis en bosspitsmuis.

9. Wat hebben we hiervan geleerd?

Tijdens dit project heb ik vooral geleerd dat een baggeren niet per definitie dieronvriendelijk hoeft te zijn. Met de juiste manier van werken kan er met een kraan worden gebaggerd en kan er tegelijkertijd veel aandacht zijn voor het waterleven. 

De machinist speelt hierin een veel grotere rol dan ik vooraf had gedacht. Kleine veranderingen in de manier van scheppen, de diepte van de bak of de manier waarop de bagger wordt neergelegd, kunnen een groot verschil maken in wat je als ecoloog terugvindt. Daarnaast heb ik geleerd dat goed kijken minstens zo belangrijk is en dat de samenwerking tussen ecoloog en machinist erg belangrijk is. Wees kritisch; op eigen input, maar ook op de methode. Samen kun je tot een ideale uitvoering komen!

Tot slot

Deze werkwijze is geen vaststaand recept en ook geen garantie dat ieder dier wordt gered. Wel laat de praktijk zien dat kleine aanpassingen in de manier van baggeren een groot verschil kunnen maken voor dieren.

Mijn advies is daarom vooral: kijk kritisch naar de werkwijze die je toepast en vraag je af of het ook anders of diervriendelijker kan. De ervaringen van dit project kunnen daarbij als inspiratie dienen en waar passend worden overgenomen of aangepast aan de eigen situatie.

Uiteindelijk gaat ecologisch werken niet alleen over wat volgens het protocol mag, maar ook over de vraag: hoe kunnen we het in de praktijk zo goed mogelijk doen voor de dieren die er leven?

Met dank aan machinist Rens, voor het zorgvuldig uitvoeren van het baggerwerk en het meedenken over een werkwijze waarbij niet alleen goed gebaggerd kon worden, maar waar ook de fauna het best gered kon worden.