Slangen zoeken op de Hei

Er zijn van die ochtenden waarop je eigenlijk alleen maar even de natuur in hoeft te gaan om te merken dat het voorjaar begonnen is. Nog voordat de heide echt groen kleurt en terwijl de temperatuur nauwelijks als aangenaam aanvoelt, komt er al leven op gang. Voor mij zijn de eerste voorjaarsweken daarom een bijzonder mooie periode om op zoek te gaan naar reptielen. De adder (Vipera berus) is de enige gifslang die Nederland rijk is. Het is een soort die vooral voorkomt op heide, hoogveen en in open bos. De dieren brengen de winter door op beschutte, vorstvrije plekken en komen in het vroege voorjaar weer tevoorschijn. Vooral de eerste zonnige weken zijn interessant, omdat de dieren dan veel tijd besteden aan het opwarmen van hun lichaam.

Op 4 april ging ik samen met een goede vriend, tevens slangenkenner, op pad naar een heideveldje in Utrecht. Ons doel was duidelijk: adders vinden.

We hoefden niet lang te zoeken voordat onze ochtend een bijzonder moment opleverde. Uiteindelijk vonden we maar liefst vier adders. Het waren relatief kleine dieren, die zich nog rustig hielden in de koele omstandigheden. Juist dat maakt het vroege voorjaar zo interessant voor het zoeken naar adders. De dieren zijn dan nog niet zo actief als later in het seizoen. Ze zijn sterk afhankelijk van de temperatuur en moeten eerst voldoende opwarmen voordat ze echt op pad gaan.

Dat is ook precies de reden waarom een vroege ochtend in het voorjaar zo geschikt kan zijn om ze te observeren. Bij lage temperaturen blijven adders vaak langer op hun vaste plekken zitten. RAVON beschrijft dat adders in het voor- en najaar goed te vinden zijn, wanneer ze veel tijd doorbrengen met zonnen in de omgeving van hun overwinteringsplaatsen. In het voorjaar helpt bovendien de lage vegetatie om de dieren te ontdekken.

Alsof vier adders nog niet genoeg waren, vonden we tijdens deze ochtend ook een prachtig exemplaar van een vervellingshuid. Een slang groeit gedurende zijn leven en moet daarom regelmatig zijn oude huid afwerpen. Voor een natuurliefhebber is zo'n achtergelaten huid een bijzonder mooie vondst. Je ziet letterlijk een afdruk van het dier terug in het materiaal: de schubben, het patroon en soms zelfs details van de kop zijn nog herkenbaar.

Op 7 april besloten we weer te gaan, nu waren we met z'n vieren: dezelfde slangenliefhebber en ik, aangevuld met twee andere vrienden. We wilden het nog wat vroeger proberen. Niet alleen omdat de vroege ochtend prachtig kan zijn op de heide, maar vooral omdat we verwachtten dat de lage temperatuur ervoor zou zorgen dat de adders nog minder actief waren. Ofwel, kans op nog meer adders!

En ja hoor! Dat bleek een goede keuze. Totaal hebben we er zo'n 11 á 13 exemplaren kunnen vinden!

Zeer tevreden liepen we na een aansluitende mooie boswandeling terug richting de auto. Sommige namen even een korte pauze, wat voor een kans zorgde om nog een kleine, snelle inspectie door het veld uit te voeren, misschien was er weer een mooie adder teruggekeerd naar z'n zonplekje. Verrassend genoeg was het een goeie gok! Er kwam een "unit" van een adder uit de heide gezet om het zandpad over te steken. Niet normaal, wat een ervaring!

De adder is zeker niet het enige reptiel dat je op de heide kunt tegenkomen. Ook de hazelworm en levendbarende hagedis voelen zich ook thuis in dit soort structuurrijke heide gebieden. De hazelworm is eigenlijk geen slang, maar een pootloze hagedis. Hij leeft vaak verborgen tussen de vegetatie, onder boomstammen en tussen strooisel, waardoor je hem minder snel ziet dan een adder. De levendbarende hagedis is juist wat vaker zonnend op een open plek of tussen de heide te vinden. Deze kleine hagedis is goed aangepast aan het Nederlandse klimaat en kan al vroeg in het voorjaar actief worden.