Zeeuwse parels
Zeeland is een bijzondere provincie voor vogels. De combinatie van zee, stranden, schorren, slikken, duinen, dijken, kreken en open landbouwgebieden zorgt voor een grote variatie aan leefgebieden. Voor sommige vogelsoorten is Zeeland zelfs een van de belangrijkste gebieden van Nederland.
De soorten op deze pagina zijn ieder op hun eigen manier bijzonder. De Bijeneter en Orpheusspotvogel zijn zeldzame verschijningen aan de noordgrens van hun verspreidingsgebied. De Zomertortel is een schaarse broedvogel geworden, maar in de Zeeuwse kustzone zijn nog steeds gebieden waar deze soort voorkomt. De Strandplevier, Dwergstern en Visdief zijn sterk verbonden met de kust en de deltawateren.
Veel van deze vogels zijn afhankelijk van een open en dynamisch landschap. Kale zandige plekken, jonge duintjes, schaars begroeide eilanden en rustige kustgebieden bieden ruimte om te broeden. Andere soorten hebben juist behoefte aan struiken, ruigte of een combinatie van open terrein en begroeiing.
De Zeeuwse Delta vormt daarmee een belangrijk kruispunt voor vogels. Sommige soorten komen hier om te broeden, andere gebruiken Zeeland tijdens de trek of om voedsel te zoeken. Tegelijkertijd zijn veel van deze leefgebieden kwetsbaar. Verstoring, begroeiing van open terreinen en het verdwijnen van geschikte broedplaatsen kunnen grote gevolgen hebben voor soorten die maar weinig geschikte plekken over hebben.
Deze 'Zeeuwse parels' laten zien hoe bijzonder de vogelwereld van Zeeland is
De Bijeneter is een van de meest kleurrijke vogels die in Nederland kunnen worden gezien. Van oorsprong is het een soort van warmere delen van Europa, maar de soort breidt haar verspreidingsgebied langzaam naar het noorden uit. Sinds 2010 broedt de Bijeneter jaarlijks in Nederland, al gaat het nog steeds om slechts enkele broedparen. In Nederland kiest de soort vooral steile zandwanden, bijvoorbeeld in zandafgravingen, om haar nesthol uit te graven.
De Bijeneter jaagt vanuit de lucht op grote insecten. Vooral libellen, vlinders en bijen behoren tot zijn prooien. De vogel is een behendige vlieger en valt tijdens het foerageren op door zijn sierlijke vlucht. Een opvallend onderdeel van zijn gedrag is het gebruik van vaste uitkijkposten van waaruit hij zijn prooi in de omgeving opspoort.
De Orpheusspotvogel is in Nederland een zeer schaarse broedvogel. Ons land ligt aan de noordgrens van het verspreidingsgebied van deze soort, die vooral in Zuidwest-Europa voorkomt. Sinds het midden van de jaren negentig worden jaarlijks enkele territoria in Nederland gevonden. De meeste waarnemingen komen uit Zuid-Limburg, maar ook langs de Noordzeekust en in gebieden ten zuiden van de grote rivieren wordt de soort gezien.
De soort houdt van warme, halfopen landschappen met doornstruiken, kruidenrijke vegetatie en ruigte. Geschikte plekken zijn bijvoorbeeld dichtgroeiende landbouwgronden, struikrijke bermen en randen van afgravingen. Dat soort kleinschalige, warme landschappen kan ook in Zeeland een aantrekkelijk leefgebied vormen.
De Zomertortel is tegenwoordig een van de meest schaarse broedvogels van Nederland. De soort is sterk afgenomen en staat als Kwetsbaar op de Nederlandse Rode Lijst. Opvallend is dat juist de kustzones van Zeeland en Zuid-Holland nog steeds tot de gebieden behoren waar plaatselijk clusters van Zomertortels voorkomen.
Het is een kleine, schuwe duif die zich graag ophoudt in halfopen landschappen met struiken en bomen, afgewisseld met open terreinen waar voedsel te vinden is. Zomertortels eten voornamelijk zaden van wilde planten en landbouwgewassen. Het verdwijnen van kruidenrijke vegetaties heeft daardoor een directe invloed op de beschikbaarheid van voedsel.
De Strandplevier is een echte kustvogel en een van de meest bijzondere broedvogels van Zeeland. Hij heeft behoefte aan open, zandige en schaars begroeide terreinen, zoals stranden, zandplaten, jonge duinen, schelpenrijke gebieden en kort begraasde kwelders. Vooral plekken waar wind, water en getij voor voortdurende dynamiek zorgen, zijn geschikt.
Het nest van de Strandplevier is niet meer dan een ondiep kuiltje in de grond, vaak tussen schelpjes en steentjes. Dat maakt de soort bijzonder kwetsbaar voor verstoring. Zowel het nest als de broedende vogel en de kuikens zijn uitstekend gecamoufleerd en daardoor gemakkelijk over het hoofd te zien.
De Strandplevier zoekt zijn voedsel lopend langs de waterlijn en op zandige bodems. Hij rent een stukje, staat stil en pikt vervolgens een insect, worm, klein kreeftachtig dier of ander ongewerveld dier op. In zoute gebieden staan onder andere garnalen, krabbetjes, wormen en kleine schelpdieren op het menu.
De Dwergstern is de kleinste stern van Nederland en een echte pionier van de kust. Hij broedt op kale of schaars begroeide stranden, zandplaten, schelpenbanken, hoge kwelders en andere open terreinen. In Nederland bevindt het grootste deel van de populatie zich in de Delta en het Waddengebied. Daarmee is Zeeland een belangrijk onderdeel van het Nederlandse verspreidingsgebied.
Dwergsterns zijn snelle en wendbare vliegers. Tijdens het foerageren hangen ze soms met snelle vleugelslagen boven het water om vervolgens als een pijl naar beneden te duiken. Ze vangen vooral kleine vis zoals jonge sprot en zandspiering, maar ook garnalen. Anders dan sommige grotere sterns zoeken ze hun voedsel meestal relatief dicht bij de kolonie.
De Visdief is een bekende verschijning langs de Zeeuwse kust en in het Deltagebied. Het is een koloniebroedvogel die vooral broedt op eilandjes en andere rustige plaatsen met weinig begroeiing, zowel langs de kust als bij visrijke binnenwateren. In Zeeland profiteert de soort van de vele eilanden, platen en andere geschikte broedlocaties in de Delta.
De naam zegt precies waar de Visdief goed in is: vissen. Met een snelle duikvlucht stort hij zich vanaf enige hoogte in het water om kleine vissen te vangen. Rond de broedkolonie kunnen vogels voortdurend heen en weer vliegen met voedsel voor hun jongen. Naast vis worden ook garnalen, kleine platvis en andere waterdieren gegeten wanneer rondvis minder beschikbaar is.